Openbaar advies aan college en raad Ouder-Amstel m.b.t. Centrumplan Ouderkerk

Democratie moet. Maar niet op de manier die ik afgelopen donderdag waarnam. Ouderkerk staat voor de opdracht om een voor haar doen grootschalig herinrichtingsproces van de dorpskern vorm te geven en in goede banen te leiden. Tijd is hierbij niet onze beste vriend; bij ongewijzigd beleid (met mogelijk vertraging op vertraging) verkrot straks het voormalige Rabobank pand en blijven ook andere ruimtelijke ordeningsvraagstukken onopgelost. Dit proces ten goede keren vraagt vooral bestuurlijke competentie en geloofwaardigheid van de gezichtbepalende gezagsdragers. Nu vaart Ouderkerk een storm in zonder zeekaart. En zonder bewezen competentie van de bemanning om het schip onder deze omstandigheden op koers en met de kop in de wind te houden. Dit is een zeer risicovolle bezigheid met een groot afbreukrisico.
1. Besturen vraagt vooral realiteitszin, ook over de eigen competenties
De bestuurlijke complexiteit groeit – zeker met zo’n ambitieus Centrumplan. Helaas geldt deze groei niet in dezelfde mate voor de aanwezige bestuurlijke en ambtelijke vermogens. Dit is onvermijdelijk; we zijn een kleine gemeenschap met beperkte middelen en zelden hebben ambtsdragers een achtergrond in het vastgoed of in de veranderkunde. Het zou dus van moed getuigen als deze onbalans onder ogen wordt gezien. Zodat er tijdig hulp en steun in de plaatselijke gemeenschap gezocht wordt, ook buiten het politieke circuit. Zodat de bestuurlijke- en veranderkundige capaciteit beschikbaar komt om richting en sturing te geven aan dit proces. Anders nemen ook straks externe partijen de- facto de regie over en verdunt de politiek haar primaat.
In Ouderkerk is nu op zeer kleine schaal te zien, wat er in het Verenigd Koninkrijk gebeurt. Met wethouder Rineke Korrel in de rol van Theresa May. Ook zij probeert een gebrekkig draagvlak en een aangetaste geloofwaardigheid te compenseren met doorzettingsvermogen en vasthoudendheid. En ook zij hecht aan haar bestuurlijke rol, ook al is er een hulpconstructie nodig door een andere wethouder (tijdelijk) mede verantwoordelijk te maken voor haar portefeuille. Daarmee de noodzakelijke eenheid van leiding voor het proces in gevaar brengend.
Vervolgens wordt er met omzichtigheid over de onderliggende competentie- en geloofwaardigheidvraagstukken gesproken. Kennelijk zijn de politieke verhoudingen broos. Maar het treurige netto effect is hetzelfde: het wantrouwen (in de politiek) blijft of groeit, er wordt onvoldoende geleerd van fouten en er is geen sprake van het beloofde nieuwe en onbelaste begin van het Centrumplan proces. Voor wie werkelijk opnieuw wil beginnen is dit onaanvaardbaar.

2. Een echt nieuw begin
Voor ons dorp is de inzet ondertussen ongekend hoog. Het gaat immers om serieuze belangen en serieus geld. Dus verdient het Centrumplan proces nu een even serieuze en competente besturing. Met een dialoog, waarin de vraag centraal staat, wat ervoor nodig is om de planvorming en planrealisatie dit keer een zo groot mogelijke kans van slagen te geven. Met competente bestuurders, wiens competentie het ook is om tijdig een hulpvraag te stellen. Juist in deze fase – nu de probleem – en opdrachtformulering aan de orde is. Het is de allerbelangrijkste fase in de veranderkunde , want net als in de luchtvaart gebeuren de meeste ongelukken bij start en landing. Daarom moet nu alle aandacht uitgaan naar het realiseren van de volgende stappen:
1. Het onmiddellijk vergroten van de bestuurs- en proceskracht Met een aangeschoten portefeuillehouder, relatief onervaren collegeleden en een conflictmijdend raad moet gevreesd worden voor nieuwe en dure mislukkingen. Dus beleg de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het gehele proces eenduidig bij een wethouder waarin wel vertrouwen bestaat en maak zo voor binnen- en buitenstaanders duidelijk wie er bestuurlijk verantwoordelijk, aanspreekbaar maar ook afrekenbaar is.
2. Doe als College en Raad serieus aan zelfreflectie, zodat duidelijk wordt waar de schoen echt gewrongen heeft in de vorige poging om te komen tot een Centrumplan. Alleen dan kun je van een geslaagd leerproces spreken en zullen vergelijkbare problemen niet langer optreden.
3. Speel volstrekt open spel over alle ambities, ingenomen posities en de bestaande ‘íntentie overeenkomsten’, zodat voor iedere participant in het vervolgproces duidelijk wordt wat (mogelijk) de begrenzingen zijn van het voorliggende participatie proces.
4 Veel hoop is nu gevestigd op het vinden van een externe procesbegeleider, die met behoud van draagvlak als een ware magiër alle belangen- en inzichtverschillen moet zien te overstijgen en verenigen. Kennelijk hoopt dit College / deze Raad op een wonder. Op deze wijze de regie uit handen geven is onverstandig; het is een variant op het gedrag van een dronkaard, die steun zoekt bij een lantaarnpaal; niet om de uitgezette weg te verlichten, maar als steuntje in de rug om zelf niet om te vallen. Een beetje procesmanager heeft in een dergelijke opdracht ook helemaal geen trek. Want in een dergelijk onbegrensd krachtenveld kan je als (extern) veranderexpert alleen maar plat op je gezicht gaan.
5 Vraag daarom een beperkt aantal betrokken inwoners met bewezen veranderkundige competentie – juridisch, ruimtelijke inrichting, psychologisch, economisch, financieel – om een inspiratieraad (stuurgroep) voor dit proces te vormen. Hier kan de verantwoordelijke wethouder deel van uit maken. Met als eerste taak het formuleren van de opdracht en rol van de gezochte procesbegeleiding en het selecteren daarvan. Vervolgens zou deze inspiratiegroep klankbord moeten zijn voor het gehele proces en voor de externe procesbegeleider. Deze inspiratiegroep wordt dan opdrachtgever voor het vernieuwingsproces; het College is in dit proces een stimulerende en integrerende partner op de achtergrond, maar houdt gedurende deze periode vooral de lopende zaken gaande.

Alle betrokkenen realiseren zich de veranderurgentie en willen heel graag dat er schot komt in het Centrumplan proces. Dit vraagt op dit moment vooral bestuurlijke wijsheid en verandercompetentie. Dus moet er nu rigoureus gebroken worden met het verleden. Dit doe je niet alleen door nu plotsklaps het participatieproces op te schalen van meedenken naar meedoen; om vervolgens bestuurlijk alle teugels uit handen te geven en al je kaarten te zetten op een externe procesbegeleider. Zo ontstaat een nieuw vacuüm. Want ‘een rivier zonder oevers blijft een modderpoel’.
Hoe kan het wel:
– Reik als Politiek de noodzakelijke kaders aan (qua ambitie/scope, begrenzingen, financiën, aanpak, tijdlijnen)
– Verhelder de bestuurlijke verantwoordelijkheid, c.q. zorg als Bestuur voor eenheid van leiding
– Verenig inwoners (maximaal 5) met veranderkundige competentie in een ‘board of inspiration’ (stuurgroep) voor het Centrumplan. Laat deze groep ook bepalen, hoe de procesbegeleiding eruit gaat zien en aan wie deze klus gegund wordt
– Betrek inwoners zoveel mogelijk in het proces, maar doe dit op momenten dat er werkelijk inhoudelijk iets te kiezen valt en/of er dilemma’s moeten worden opgelost.
Ouderkerk en het Kampje verdienen beter!
Rob Fijlstra, Ouderkerk aan de Amstel , 21 januari 2019.

Geplaatst in Berichten, Discussiebijdrage.